Trekkingsrechten algemeen

Het fonds maakt gebruik van een systeem van trekkingsrechten. Elk werkgebied krijgt een 'trekkingsrecht' op zijn aandeel in het fonds. Daarmee kunnen degenen die betalen aan het fonds binnen een specifiek werkgebied (deelgebied/sector) over hun eigen inleg beschikken. Dit gaat niet in de vorm van contant geld maar door betaling van collectieve initiatieven. Aan het eind van ieder jaar wordt per werkgebied inzichtelijk gemaakt hoe veel geld er is besteed en welk bedrag overblijft.

Per werkgebied wordt het beschikbare jaarbudget op deze site kenbaar gemaakt. Tot 31 december 2022 bestaat de mogelijkheid tot het indienen van een aanvraag. De aanvraag moet dan wel aan alle voorwaarden voldoen. Tot medio 2019 is het mogelijk om aanspraak te maken op een trekkingsrecht komt te vervallen. De financiering van een initiatief dient achteraf gedeclareerd te worden. Een collectief kan een aanvraag indienen met een bedrag van maximaal het voor hen beschikbare trekkingsrecht. Uitgekeerde bedragen worden in mindering gebracht op het trekkingsrecht. Indien de vereniging van een gebied of sector zelf BTW-plichtig is, zal het door hen gedeclareerde bedrag door OFW als subsidie exclusief BTW worden vergoed.

In de praktijk blijkt dat op grond van een trekkingsrechtensystematiek een goede balans mogelijk is tussen enerzijds een overzichtelijke administratie, en anderzijds optimale zeggenschap van de contribuanten over hun eigen middelen.

Vrijstellingen
Bij de heffing van de OZB zijn op grond van de gemeentelijke verordening OZB verplichte en facultatieve vrijstellingen aan de orde. De verplichte vrijstellingen zijn in de gemeentewet voorgeschreven. Deze objecten worden bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten beschouwing gelaten. De facultatieve vrijstellingen worden bepaald op grond van objectieve rechtvaardigheid. Een vrijstelling betekent dat (een deel van) de waarde van een onroerende zaak bij de waardebepaling voor de OZB niet-woning aanslag buiten aanmerking wordt gelaten. Voor dat deel is er geen OZB niet-woning verschuldigd. Er vindt voor dat deel dus ook geen bijdrage aan het fonds plaats. Hetgeen niet wenselijk is vanuit het beginsel dat iedereen wordt betrokken in de belastingheffing. De vrijstellingen die gelden binnen de gemeente Waddinxveen staan opgenomen in artikel 4 van de verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelasting (dit geldt onder andere voor: kerk, gemaal, brandweerkazerne, rioolwaterzuiveringsinstallatie).

Rechtsgrond: artikel 220d, lid 1, van de Gemeentewet en de wet WOZ.